Spelregels

Korfbal
Korfbal is een balsport met één bal die door een korf gegooid moet worden.
Elk team heeft een korf die op een hoogte van 3,5 meter is opgehangen aan een paal. Bij de jongere jeugd gelden aangepaste hoogtes van de korf: 2,5/3,0/3,5 meter. Het team dat de meeste doelpunten maakt wint. Een geldig doelpunt wordt gemaakt door de bal van bovenaf door de korf van de tegenpartij te gooien. Het korfbalveld is verdeeld in twee vakken (helften van het speelveld). Eén van de vakken is het aanvalsvak, het andere is het verdedigingsvak. Een team plaatst twee dames en twee heren in het aanvalsvak, de andere twee dames en twee heren in het verdedigingsvak. Elke keer als er 2 doelpunten (in totaal over beide teams) gescoord zijn, wordt er van vak en fun ctie gewisseld. Bij de jeugd wordt er op tijd gewisseld. Bij de jongste jeugd , E en F, wordt er 4-korfball gespeeld in 1 grootvak. En wordt met 4 tegen 4 gespeeld. Hierbij moet je zowel aanvallen als verdedigen over het hele veld.

De korf

Zoals hierboven al was vermeld, hangt bovenaan de paal een korf. Dit is een ro
nde mand zonder bodem. Van oudsher werd deze mand van riet gemaakt. Dit natuurlijke materiaal leverde echter nogal wat verschillen in korven op. Vooral bij regelmatig gebruikte, vaak oudere manden hing de voorkant nog wel eens duidelijk naar beneden. Hieraan is een einde gekomen met de komst van de kunststofkorf. Per 1 juli 2008 is men verplicht met deze korven te spelen.

 

Lopen

Een speler die in balbezit is, mag niet lopen met de bal. In de praktijk betek
ent dit dat één voet van een stilstaande speler gefixeerd is. Zodra de bal is afgespeeld mag uiteraard weer worden gelopen. Deze regel heeft tot gevolg dat veel van de acties (bijna per definitie) wel van de andere drie spelers in het (aanvals)vak moeten komen. Een speler, die zojuist de bal heeft afgespeeld, zal direct weer in actie komen om zich vrij te lopen en aanspeelbaar te zijn.
Korfbal is daardoor van nature een beweeglijk en explosief spel.

 

Aanvallen

Punten worden behaald wanneer de bal door de korf van de tegenpartij gaat. Deze moet van boven naar beneden en volledig door de korf vallen. Van onderaf scoren is dus niet toegestaan. Mocht de bal van bovenaf in de korf vallen, maar door het effect dat erin zit de korf ook weer aan de bovenkant verlaten, dan telt dit eveneens niet als doelpunt. Iedere keer dat de bal door de korf valt,
telt dit als 1 punt. Een doelpunt kan worden gemaakt door een afstandsschot; in deze variant schiet de speler van relatief grote afstand (6 tot ruim 10 meter) de bal in de korf. Een variant is de doorloopbal; hierbij loopt de speler zijn/haar directe tegenstander voorbij en krijgt de bal aangespeeld door een medespeler die zich meestal in de buurt van de korf heeft opgesteld en ‘schiet’ de bal onderhands in de loop. Verder bestaat er nog de korte kans waarbij er van korte afstand geschoten wordt, dit komt vooral veel voor bij vrije ballen.
Een bijzondere vorm van scoren is de strafworp. Als de verdediging van de ene partij de aanval van de andere partij op onreglementaire wijze hindert bij het schieten of een zeer ernsti ge overtreding begaat, wordt een strafworp toegekend. Een speler van de aanvallende partij mag vanaf 2,5 meter voor de korf ongehinderd een doelpoging doen. Alle andere spelers moeten daarbij op minimaal 2,5 meter afstand van de paal en de schutter blijven.
Een andere manier om te scoren is de vrije bal. Een vrije bal wordt gegeven als er een overtreding wordt gemaakt die niet erg genoeg wordt bevonden voor een strafworp. Bij deze spelonderbreking moet de nemer op de strafworpstip gaan staan en alle andere spelers 2,5 meter afstand nem en van de strafworpstip. Ook mogen de spelers van de aanvallende partij niet binnen een afstand van 2,5 meter van elkaar af staan. De speler die de bal uitneemt mag niet direct scoren, maar moet eerst naar een medespeler gooien. Bij een lichte overtreding wordt er een spelhervatting toegekend door de scheidsrechter. Bij een
spelhervatting wordt de bal toegekend aan de benadeelde partij op de plek waar de overtreding plaatsvond. Hij/zij mag niet actief worden gehinderd door een tegenstander, mag niet rechtstreeksscoren en niet naar een medespeler gooien die binnen 2,5 meter van hem/haar staat.